Waarom slaat je product niet aan, terwijl iedereen het een goed idee vindt?
Iedereen vindt het een goed idee, maar niemand gebruikt het. Misschien ligt het aan je idee, maar dat zie je zelf niet: je zit te dicht op je eigen product.
Je hebt er veel tijd en geld in gestoken. Dagen van imposter syndrome werden afgewisseld met fantaseren over wat je met je nieuwe rijkdom zou doen. Maar er gebeurt niets. Meer marketing? Is het te duur?
Het ligt aan jou… of nou ja, aan je idee… of wat lost je idee eigenlijk op? Jouw product is je idee, je kindje. Maar heeft je klant wel hetzelfde probleem? Dat kun je zelf niet zien: je zit er te dicht op. En ik schrijf het zo direct, omdat het mij ook is overkomen.
Waarom zie je je eigen product niet zoals een gebruiker het ziet?
Omdat je te veel weet. Jij weet hoe het bedoeld is, waarom die knop daar zit en welk probleem je wilt oplossen. Je gebruiker weet dat allemaal niet. Die ziet alleen wat er staat.
En dat kun je niet uitzetten. Als je eenmaal weet hoe iets werkt, kun je je niet meer voorstellen hoe het is om het niet te weten. Je bent dus niet alleen blind voor wat voor de hand ligt. Je bent ook blind voor je eigen blindheid.
Daar komen nog twee dingen bij:
- Jouw ergernis voelt als ieders ergernis. Heb jij ergens last van, dan ga je er vanzelf van uit dat anderen dat ook hebben. En op dezelfde manier. (Spoiler: dat is vaak niet zo.)
- Iedereen is aardig tegen je. Vrienden, familie, collega’s: ze vinden het een goed idee. Natuurlijk, ze vinden jóú aardig. “Goed idee” is een compliment, geen bewijs dat ze het gaan gebruiken.
Tel die drie bij elkaar op en je product wordt in je hoofd elke dag beter. Terwijl je gebruiker er nog nooit naar heeft gekeken.
Hoe merk je dat je te dicht op je product zit?
Het korte antwoord is: dat merk je niet. Het is namelijk je blinde vlek. Je kunt natuurlijk wel signalen opvangen of testen.
- Je vertelt je oplossing, niet het probleem. Je vertelt aan iedereen die het wil horen over je briljante idee (zonder ironie, het kan een briljant idee zijn). Of vertel je het probleem dat je wilt oplossen? Als mensen een oplossing horen, zeggen ze: “Dat is een goede oplossing!” En ze gaan verder met hun leven. Zij investeren hun tijd er niet in.
- Je ziet geen problemen, alleen succes. Hoe langer je erover nadenkt, hoe beter dit product wordt. Ik ben helemaal klaar voor de markt. Misschien moet ik een patent aanvragen. Moet ik een Engelse naam? We gaan internationaal.
- Het is een oplossing voor jouw probleem. De oplossing is voor jouw probleem, een irritatie die jij hebt. Dan kan het een goed idee zijn, maar dat hoeft niet voor iedereen te gelden. Ben je wel helemaal eerlijk tegen jezelf?
Hoe ziet dat er in de praktijk uit?
Mijn eerste idee kwam voort uit een ergernis van mezelf: afspraken die doodliepen in groepsgesprekken. De oplossing leek simpel. Een datumprikker die op basis van polls automatisch de afspraak maakt.
Vrienden en familie vonden het een goed idee. Hoe vaker ik dat hoorde, hoe groter het in mijn hoofd werd. Dit moest internationaal.
Toen begon de bètatest. Niemand gebruikte het.
“Jullie vonden het toch zo’n goed idee?” “Ja. Maar niet voor mij. Ik wil helemaal niet afspreken.”
In die tijd volgde ik mijn opleiding tot UX-designer en begon ik gebruikersinterviews te doen. Daarin werd duidelijk wat ik had gemist. Ik had een oplossing gebouwd, maar voor welk probleem? Mensen reageerden niet omdat ze een goed hulpmiddel misten. Ze reageerden niet omdat:
- ze er gewoon geen zin in hadden;
- ze eerst wilden weten wie er nog meer kwam;
- ze niet lekker in hun vel zaten.
Geen enkele poll lost dat op. Ik had een excusesgenerator moeten bouwen.
Ik ben uiteindelijk gestopt. Al vind ik het nu, met AI, wel leuk om hem alsnog te bouwen. Voor mijn vrienden. Niet meer voor de internationale markt. Oh ja, ik bedoel de datumprikker, niet de excusesgenerator.
Wat kun je er vandaag zelf aan doen?
Je blinde vlek wegwerken lukt niet. Hem kleiner maken wel. Twee dingen die je vandaag nog kunt doen:
- Schrijf je aannames op. Voordat je met iemand praat: pak een leeg vel en schrijf op wat jij denkt. Wie heeft het probleem? Hoe vaak? Wat doen ze er nu aan? Het hoeft niet mooi. Je legt het straks naast de antwoorden van echte mensen, en waar het niet klopt, zat je blinde vlek.
- Vraag naar het probleem, niet naar je oplossing. Spreek vijf mensen uit je doelgroep. Liefst geen vrienden (die vinden je aardig, weet je nog?). Vertel niet wat je hebt bedacht, maar vraag: “Wanneer liep je hier voor het laatst tegenaan? Wat deed je toen?” Heeft niemand een concreet voorbeeld? Dan is het probleem kleiner dan je denkt. Of het is een ander probleem.
Had ik dit destijds gedaan, dan had ik veel eerder geweten dat ik een excusesgenerator moest bouwen.
Wanneer heb je een blik van buiten nodig?
Zodra er iets op het spel staat: je tijd, je geld of je geloof in je eigen idee.
Want ook als je je aannames opschrijft en zelf gaat praten, blijf jij de maker. Jij stelt de vragen, jij hoort wat je wilt horen, en jij hoopt dat het werkt. Dat is niet erg, dat is menselijk. Maar het kleurt wat je ziet.
Iemand van buiten heeft dat niet. Die stelt de domme vragen, kijkt naar wat mensen doen in plaats van wat ze zeggen, en heeft geen kindje in jouw product. Daar heb je geen bureau voor nodig, en geen vaste kracht. Daarvoor is Gebruikwijzer: je eigen UX-designer, op de momenten dat het telt.
Herken je jezelf in dit verhaal? Plan een vrijblijvend gesprek, dan kijk ik met je mee.
Veelgestelde vragen
- Hoe weet ik of ik te dicht op mijn eigen product zit?
- Dat merk je zelf niet, het is een blinde vlek. Wel kun je signalen zien: je vertelt vooral je oplossing in plaats van het probleem, je ziet alleen succes, en je product lost vooral je eigen ergernis op.
- Waarom zeggen vrienden dat mijn idee goed is, terwijl niemand het gebruikt?
- Omdat ze je aardig vinden. 'Goed idee' is een compliment, geen bewijs dat ze het gaan gebruiken. Wat mensen zeggen en wat ze doen, zijn twee verschillende dingen.
- Hoe test ik of mijn idee een echt probleem oplost?
- Schrijf eerst je aannames op. Vraag daarna vijf mensen uit je doelgroep wanneer ze het probleem voor het laatst hadden en wat ze toen deden. Heeft niemand een concreet voorbeeld, dan is het probleem kleiner dan je denkt, of het is een ander probleem.